Diary for Welkom aan boord


Flessenpost 26, Panama en terug naar Guatemala

2007-05-04 to 2007-07-21

We hebben onze tassen weer uitgepakt in Amsterdam, in ons huisje aan het Waterlooplein!

Het is geweldig om op een boot een nomaden bestaan te leiden, maar het is ook erg lekker er `s nachts niet uit te hoeven omdat een stevige onweersbui overtrekt en het anker kan gaan krabben.

Op één dag zeilen van de veilige Rio Dulce in Guatemala, bijna weer `thuis`, liggen we omgeven door koraalriffen achter een paar piep eilandjes met de naam Sapodilla Cays, in Belize. `s Middags had ik nog naar het anker gedoken en ik vond dat ze niet lekker ingegraven lag, dus hebben we de boot verplaatst.

Dat blijkt later niet onverstandig. `s Nachts krijgen we de zwaarste onweersbuien van het hele seizoen over ons heen. Om een uur of twee worden we wakker van donkerslagen die wel erg dichtbij inslaan. Buiten is het aarde donker, met striemende regen en een loeiende wind, een ware heksenketel. Flink beangstigend, omdat met winddraaiing je nooit zeker weet of het anker wel houdt, en ik door de duisternis elke orientatie kwijt ben!

Als het anker gaat krabben hebben we maar een verdomd kleine marge om niet op een van de riffen om ons heen te eindigen.

Vooral op zulke momenten zijn we erg blij met de moderne navigatie apparatuur. We staren nerveus twee uur lang naar onze virtuele realiteit: een klein rood stipje op het computerscherm, in de hoop dat het niet aan de wandel gaat. De ene na de andere squall trekt over met windsnelheden rond de 50 knopen, uit telkens weer andere richtingen. We nemen scenario`s door voor het geval we toch van onze plek komen. Plotseling hoor ik een knal en de boot draait vreemd op de golven. Op het voordek constateer ik dat de bridle (een 2,5cm dikke tros die de ankerketting in het midden van de boot houdt en alle krachten opvangt) finaal door midden is getrokken! Wild trekt de ankerketting nu aan de ankerlier, niet zo goed. In de koude regen kan ik dit bibberend repareren.

Onze laatste mail kwam vanuit Panama, een land waar we steeds enthousiaster over worden. Na twee weken stadsleven in Panama City hadden we allebei wel weer erg veel zin om te gaan zeilen. Met een licht noordwestenwindje en een rustige zee zeilen we langs de prachtig steile groene kust, laverend tussen eilandjes met hier en daar een enkel dorpje. Panama is zo ongelooflijk mooi! We maken een stop achter Isla Grande waar grote schildpadden af en toe even boven water komen en nieuwsgierig rondkijken, voordat ze weer verdwijnen.

In Colon konden we geen diesel tanken omdat het tankstation gesloten was. We hopen hier wat diesel te kunnen kopen, de laatste keer tanken is bijna een jaar geleden. Als we aan een wrakke steiger aanleggen horen we dat er misschien morgen een tankwagen komt, of misschien overmorgen. We willen er niet op wachten. We kunnen wel benzine krijgen voor de bijboot. Een volledig ontmantelde pomp perst wat benzine in onze tank, maar de meeste benzine spuit uit verschillende lekkende leidingen! Verbaast sta ik te kijken hoe die benzine in emmers wordt opgevangen en vervolgens wordt overgegoten in ons tankje. Ongelooflijk, dit moet een keer fout gaan!

Rustig kruisend voor de kust bereiken we de San Blas eilanden, bijna 400 tropische verrassingen barstens vol palmbomen, wit omlijst door verlaten zandstranden. Dit is het domein van de Kuna Indianen, die door halsstarrig vast te houden aan hun tradities nog voor een groot deel leven als in de tijd toen de Spanjaarden dit gebied ontdekten. We liggen drie weken telkens weer in een andere ansicht kaart en genieten van de rust en de schoonheid. De Kuna`s komen regelmatig met hun hele gezin in hun dugouts (kano`s) langszij, om fruit of mola`s (kunstig geborduurde lappen) te verkopen. Ze zijn zeer vriendelijk met een brede glimlach, en vrijwel nooit opdringerig. Onze voorraad snoepjes, pennen en zeepjes raakt op en naast T-shirts delen we ook wat eenvoudige medicijnen uit.

De meeste eilanden zijn onbewoond, maar degene die wel bewoond zijn puilen uit van de rieten hutjes. Er peddelen en zeilen overdag altijd veel bootjes rond die eilanden. Isla Carti is een van de grotere eilanden, dat `s avonds elektriciteit heeft met een enkel lichtje, in tegenstelling tot de meeste andere bewoonde eilandjes, waar om 7 uur het licht uitgaat als de zon ondergaat.

Een handige local had voor ons en het enige andere jacht een speciale avond georganiseerd. Eerst Chichi-beer drinken (zelf gebrouwen bier met een koffie smaak). Daarna Kuna dans, waarbij wij voor het uitgelopen dorp een grotere attractie zijn dan de jonge danseressen voor ons, vooral als we zelf gaan meedansen. Vervolgens een simpele luxe maaltijd met lobster en krab en als hoogtepunt een bezoek aan het `congreso`, op elk bewoond eiland te vinden. Dit is een grote hut, centraal op het eiland, waar elke avond belangrijke dorpsvergaderingen worden gehouden. In het midden van de open ruimte hangen vier hangmatten bestemd voor de chiefs, en aan de zijkant staat een tafel en stoel voor de `secretario`, die af en toe wat aantekeningen maakt. Op die tafel staat ook de enige verlichting, een paar walmend brandende lonten in jam-potjes, gevuld met petroleum. Verder is de ruimte gevuld met houten banken waar de rest van de stam op zit. Vanavond wordt er recht gesproken: een groep meisjes had een ander meisje uitgescholden omdat ze lelijk was en niet kon dansen. Alles verloopt heel democratisch, elke partij kan uitgebreid zijn verhaal doen, terwijl de chiefs rustig languit liggen te luisteren. Zo in het half duister geeft dat een mystiek sfeertje. Uiteindelijk staat een van de chiefs op, en met hem beweegt zijn veel grotere schaduw als de geest van een van zijn voorvaderen over het rieten dak. Hij doet een vurig betoog in het Kuna (voor ons fluisterend vertaald door onze gids), over waarden en normen en bepaalt de boete op vijf dollar per persoon of twee weken de straten (zandpaden) schoonvegen in het dorp. Zo worden er meerdere zaken erg serieus behandeld, allemaal van een minimaal misdadig nivo.

Kuna Yala (het land van de Kuna`s) is een provincie van Panama, maar met een zwaarbevochten hoge mate van zelfbestuur en er is vrijwel geen criminaliteit. `s Ochtends vroeg gaan de mannen in hun kano`s vissen, kokosnoten verzamelen of naar het vaste land om op de plantages te werken. Begin van de middag keren ze terug, en nemen ze tijd om te relaxen samen met de familie. De vrouw is trouwens de baas! Ze zijn arm, maar goedlachs en lijken tevreden. Maar er zijn al enkele tv`s die deze gemeenschap uit hun isolement zullen wakker schudden, met onvoorspelbare gevolgen. Ook de bezoekende jachten zullen onvermijdelijk bijdragen tot een aanwakkerend materialisme en we vragen ons af hoe het er hier over 10-15 jaar zal uitzien.

We hebben, nadat ze meerdere malen werden aangeboden, dan toch twee enorme rode krabben gekocht, een van de weinige gebieden in de Caribbean waar deze voorkomen. Gelukkig deed onze verkoper voor hoe je de poten en grote scharen van het levende dier afhakt en daarna zijn lijf openbreekt voordat het geheel in het kokende water verdwijnt. Je hebt wel wat gereedschap nodig om de harde schaal te breken, maar al dat werk is beslist de moeite waard, een delicatesse!

Na bijna drie maanden Panama moeten we toch echt vertrekken, het orkaan seizoen begint binnenkort en we moeten nog zo`n 1000 mijl terug zeilen naar Guatemala. Gelukkig hebben we zo`n 200 liter diesel kunnen kopen van een Colombiaans vrachtschip. De Colombianen komen hier om cocosnoten op te kopen. In dit gebied zo dicht bij de evenaar komen veel windstiltes voor, en hoewel ik het liefst altijd zeil, is het toch prettig om niet dagen te hoeven dobberen.

De enige plaats om uit te klaren is op Isla Porvenir, maar de Port Captain is er niet. Elke dag belooft men ons dat hij de volgende dag komt, maar pas na vier dagen landt zijn vliegtuigje op de korte landingsbaan en kunnen we het papierwerk regelen. Ik ben om 8 uur in zijn kantoortje waar hij rustig achter zijn bureau zit. Maar als ik nu wil uitklaren moet ik 35 dollar extra betalen, want om 8.30 uur begint pas zijn werkdag. Dus wacht ik nog maar even ...

Na vertrek motoren we 8 uur zonder wind, maar vervolgens hebben we binnen korte tijd veel wind en hoge zeeën. Yvon is dan niet helemaal happy en vindt dat we teveel zeil voeren. Maar hoeveel we ook zouden reven, ik kan haar op zulke momenten nooit helemaal gelukkig maken!

Ikzelf geniet van de snelheid, wat ruimschoots het gestuiter compenseert. Er is niets heerlijkers voor mij (nou ja, bijna niets, maar dit duurt langer) dan met muziek op de kop ons bootje zichzelf te zien zeilen, terwijl ik op het dek sta en de zwoele wind mijn naakte lichaam verkoelt.

Maar ik vind het ook geweldig om in een maanloze nacht, terwijl een tropische bui met overal onweersflitsen om ons heen losbarst, het zeil te moeten aanpassen om de krachten op de boot binnen de perken te houden. Misschien is Yvon dan toch wat gezonder van geest?

Omdat we de oude track (gevaren route op de computer) bewaard hebben, kunnen we de tweede nacht Isla Providencia in het duister aanlopen. We doen precies 36 uur over de bijna 300 mijl, terwijl ik verwachtte op dit stuk door windstiltes te zullen worden geplaagd.

De volgende dag vertrekken we voor de volgende 200 mijl. Dit traject is minder onstuimig, maar nog steeds met mooie snelheden en als bonus vangen we een flinke Big Eye tonijn, de eerste van dit seizoen en onze favoriete vis. Nadat we het anker laten vallen bij de Vivorillo Banks, hebben we heerlijke stukken boterzachte sashimi en sushi volgens officieel Japans recept.

Ik ga op bezoek bij de eenzame visser, die gedurende vier maanden alleen met zijn hond woont in een golfplaten hut op het kleine eilandje, waarachter wij ten anker liggen. Hij kwam al even langs peddelen voor wat sigaretten en nodigde me uit. Hoewel hier 10 jaar geleden een cruiser op beestachtige wijze is vermoord en zijn schip werd gestolen, blijf ik toch het mooie van reizen het onbevangen ontmoeten van bijzondere mensen vinden.

Hij is een erg goedlachse man, die onmiddellijk op blote voeten in een kokosnoten palmboom klimt om wat te drinken te halen. Daarna krijg ik een trekje van wat Honduriaans gras en besluiten we te gaan snorkelen. Het is een prachtige plek met enorm veel vis. Hij blijft eindeloos onder water en vangt met slechts een roestige speer een heleboel vis. Ik, met mijn glimmende onder-water-geweer, vang helemaal niets!

Na een paar dagen zeilen we verder naar de Bay Islands. Dit traject was een paar maanden geleden een pittige trip, nu zeilen we bijna de hele tijd met de wind in de rug onder spinaker en genieten we beiden van dit perfecte weer.

In Guanaja komen we Henri weer tegen, wat erg gezellig is. Samen zeilen we via Roatan naar Utila. Daar neemt hij voor de centjes drie passagiers en een hond mee naar Guatemala. Het wordt een ramp met zeeziektes en ergernissen op een te volle boot. De romantiek van het zeezeilen is voor die mensen van korte duur.

En dan zijn we via Belize weer terug op ons startpunt van afgelopen februari, de Rio Dulce in Guatemala. Stroom, water en internet (bijna) altijd in overvloed aanwezig. Maar ook veel zweten, niet van sportieve inspanningen, nee gewoon omdat je slechts twee vingers beweegt. Vreselijk heet zonder een zuchtje wind! De boot klaarmaken om haar een paar maanden alleen achter te laten gaat dan ook erg langzaam. Maar we sluiten weer een geweldig seizoen af, volgens Yvonne ons beste seizoen van de afgelopen vijf jaar. Steeds meer vinden we onze draai op ons bootje en Sea of Time is inmiddels echt ons thuis.

We zijn tot half november in Nederland, dus als jullie hier ook zijn is er tijd genoeg om elkaar weer eens te treffen. Tot dan.

Liefs van Yvonne en Maarten